ECLI:NL:RBDHA:2023:11572
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid na besluit op bezwaar
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen bij besluit van 21 juni 2022. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit primaire besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De staatssecretaris heeft op 11 augustus 2022 op het bezwaar beslist, waardoor het bezwaar niet meer aanhangig is. Er is geen beroep ingesteld binnen de daarvoor geldende termijn. Hierdoor is het verzoek om een voorlopige voorziening niet ontvankelijk, aangezien volgens artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht een voorlopige voorziening alleen mogelijk is als er een bezwaar of beroep aanhangig is.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek zonder zitting behandeld en verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaar is afgehandeld en geen beroep is ingesteld.