ECLI:NL:RBDHA:2023:11579
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening afgewezen wegens ontbreken gronden in vreemdelingenzaak
Verzoeker heeft bij besluit van 14 juli 2022 een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingediend, die niet in behandeling werd genomen door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit, dat bij besluit van 5 september 2022 niet-ontvankelijk werd verklaard. Vervolgens werd beroep ingesteld tegen dit bestreden besluit.
Verzoeker diende een verzoek om voorlopige voorziening in, maar gaf geen gronden voor dit verzoek. De voorzieningenrechter stelde verzoeker in de gelegenheid om alsnog gronden in te dienen, maar hierop kwam geen reactie. Hierdoor werd het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen aanleiding was voor een proceskostenveroordeling en wees het verzoek definitief af. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden.