ECLI:NL:RBDHA:2023:11583
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid na bezwaarbesluit
Verzoeker heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingediend, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen bij besluit van 31 mei 2022. Hiertegen maakte verzoeker bezwaar, waarna de staatssecretaris op 25 juli 2022 op het bezwaar heeft beslist.
Vervolgens heeft verzoeker een voorlopige voorziening gevraagd bij de voorzieningenrechter. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek zonder zitting behandeld op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De voorzieningenrechter overweegt dat een verzoek om voorlopige voorziening alleen mogelijk is indien er een bezwaar of beroep aanhangig is (artikel 8:81, eerste lid, Awb). Nu het bezwaar reeds is afgehandeld en er geen beroep is ingesteld binnen de wettelijke termijn, is er geen bezwaar of beroep meer aanhangig. Hierdoor is het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk. Een proceskostenveroordeling wordt niet toegewezen. Het verzoek wordt afgewezen en er is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard omdat er geen bezwaar of beroep meer aanhangig is.