ECLI:NL:RBDHA:2023:11586
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid na bezwaarbesluit
Verzoeker heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen bij besluit van 21 juni 2022. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit primaire besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening. Op 11 augustus 2022 heeft de staatssecretaris het bezwaar inhoudelijk behandeld en beslist.
De voorzieningenrechter beoordeelt het verzoek om een voorlopige voorziening zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Volgens artikel 8:81, eerste lid, Awb is een verzoek om voorlopige voorziening alleen ontvankelijk indien er een bezwaar of beroep aanhangig is. Nu het bezwaar reeds is beslist en er geen beroep is ingesteld binnen de daarvoor gestelde termijn, is het verzoek niet-ontvankelijk.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter W. Anker op 12 juli 2023 en is onherroepelijk omdat tegen deze uitspraak geen rechtsmiddel openstaat.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaar reeds is beslist en er geen beroep is ingesteld.