ECLI:NL:RBDHA:2023:11590
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid na bezwaarbesluit
Verzoeker heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingediend, die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen bij besluit van 1 juni 2022. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit primaire besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
Op 4 augustus 2022 heeft de staatssecretaris het bezwaar afgehandeld door een besluit te nemen. Omdat het bezwaar inmiddels is afgedaan en er geen beroep is ingesteld binnen de daarvoor gestelde termijn, is er geen bezwaar of beroep meer aanhangig. Hierdoor is het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek zonder zitting behandeld en verklaart het niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens afgedaan bezwaar en ontbreken beroep.