ECLI:NL:RBDHA:2023:11593
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang en geen evident onrechtmatig besluit in Ziektewetzaak
Verzoeker heeft zich op 19 april 2023 ziekgemeld bij het LUMC, dat als eigen risicodrager fungeert. Het UWV besloot op 22 juni 2023 dat verzoeker onnodig een beroep doet op de Ziektewetuitkering en dat het LUMC geen ziekengeld hoeft uit te keren. Verzoeker maakte bezwaar en verzocht op 6 juli 2023 om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter stelde vast dat een voorlopige voorziening alleen kan worden getroffen bij onverwijlde spoed, zoals een acute financiële noodsituatie. Verzoeker gaf aan dat er geen spoedeisend financieel belang is en liet deze grond vallen. Hij verzocht vervolgens om een rechtmatigheidsoordeel, stellende dat het besluit evident onrechtmatig is.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet duidelijk is dat de ongeschiktheid tot werken na het ontslag is ingetreden, zoals verzoeker stelt. De datum van ziekmelding is onduidelijk en de bedrijfsarts vermeldde geen eerste ziektedag. Gezien deze feiten is het besluit niet evident onrechtmatig en is het verzoek kennelijk ongegrond.
De voorzieningenrechter wees het verzoek af en benadrukte dat verzoeker de bezwaarprocedure moet afwachten. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en het beroep op eerdere jurisprudentie is niet van toepassing vanwege de verschillen in feiten en rechtsvragen.
De uitspraak is gedaan door rechter D.R. van der Meer op 4 augustus 2023 en is in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en geen evident onrechtmatig besluit.