ECLI:NL:RBDHA:2023:11623
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd in kader wedertoelating
Eiseres, van Turkse nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd in het kader van wedertoelating. De staatssecretaris heeft deze aanvraag afgewezen omdat niet is aangetoond dat eiseres vijf jaar legaal in Nederland heeft verbleven voor haar achttiende jaar, zoals vereist op grond van artikel 3.92, eerste lid, onder b, van het Vreemdelingenbesluit 2000. Tevens is niet aangetoond dat Nederland voor eiseres het meest aangewezen land is.
Eiseres voerde aan dat haar verblijfsgeschiedenis niet zorgvuldig was onderzocht en dat zij als gezinslid van Turkse werknemers onder het Associatieverdrag EEG-Turkije rechten heeft opgebouwd. Zij stelde dat zij gegronde redenen had voor het verlaten van Nederland als minderjarige en dat zij nu meerderjarig is om terug te keren. De rechtbank oordeelde dat deze gronden herhalingen zijn van eerdere bezwaren waarop de staatssecretaris voldoende gemotiveerd heeft gereageerd.
De rechtbank concludeerde dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt aan de vereisten te voldoen. Ook indien zij van 1982 tot 1986 in Nederland verbleef, is dat onvoldoende om de aanvraag toe te wijzen. De bewijslast ligt bij eiseres en het beroep is ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd wordt ongegrond verklaard.