Verzoeker, van Russische nationaliteit, heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingediend die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen bij besluit van 11 november 2022. Tegen dit besluit heeft verzoeker bezwaar gemaakt op 19 november 2022 en vervolgens een voorlopige voorziening gevraagd om uitzetting te voorkomen totdat op het bezwaar is beslist.
De Staatssecretaris heeft bij brief van 12 april 2023 aangegeven zich niet te verzetten tegen de toewijzing van de voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter ziet geen beletselen om het verzoek toe te wijzen en gebiedt de Staatssecretaris zich te onthouden van iedere maatregel tot verwijdering of uitzetting van verzoeker totdat op het bezwaar is beslist.
Daarnaast veroordeelt de voorzieningenrechter de Staatssecretaris in de proceskosten van € 837,-, gebaseerd op het Besluit Proceskosten bestuursrecht voor de verleende rechtsbijstand. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.