ECLI:NL:RBDHA:2023:11646
Rechtbank Den Haag
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing proceskostenveroordeling na intrekking beroep asielaanvraag
Verzoeker diende op 24 oktober 2021 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Na het uitblijven van een tijdige beslissing stelde verzoeker de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bij brief van 27 juni 2022 in gebreke en stelde vervolgens op 12 juli 2022 beroep in tegen het niet tijdig beslissen.
De Staatssecretaris besloot bij brief van 23 januari 2023 alsnog de asielaanvraag van verzoeker toe te wijzen. Hierop trok verzoeker het beroep in en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat de ingebrekestelling prematuur was omdat de beslistermijn pas op 6 januari 2022 was aangevangen, waardoor het beroep niet ontvankelijk was geweest indien verzoeker het niet had ingetrokken. Omdat er geen sprake was van geheel of gedeeltelijk tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a Awb, wees de rechtbank het verzoek tot proceskostenveroordeling af als kennelijk ongegrond en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek tot proceskostenveroordeling wordt afgewezen.