ECLI:NL:RBDHA:2023:11718
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na bezwaar in vreemdelingenzaak
Verzoeker, van Nigeriaanse nationaliteit, had een aanvraag op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 ingediend die op 26 januari 2023 door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd afgewezen. Hiertegen maakte verzoeker bezwaar op 30 januari 2023. De Staatssecretaris besloot op 21 april 2023 op het bezwaar, maar verzoeker heeft geen beroep ingesteld tegen deze beslissing.
Verzoeker vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen terwijl het bezwaar nog liep. De voorzieningenrechter oordeelde dat vanwege het ontbreken van een beroep tegen de beslissing op bezwaar de vereiste connexiteit voor het treffen van een voorlopige voorziening niet meer aanwezig was. Hierdoor werd het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
De voorzieningenrechter wees het verzoek af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en is definitief, er staat geen hoger beroep of verzet tegen open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een beroep tegen de beslissing op bezwaar.