ECLI:NL:RBDHA:2023:11727

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 augustus 2023
Publicatiedatum
4 augustus 2023
Zaaknummer
NL23.21214 en NL23.21215
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure wegens reeds beslist verzet

In deze bestuursrechtelijke zaak hebben verzoekers een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om hun asielaanvragen niet in behandeling te nemen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling. Verzoekers hadden eerder beroep ingesteld tegen dit besluit, dat door de rechtbank kennelijk ongegrond werd verklaard op grond van artikel 8:54 Awb Pro.

Tegen deze uitspraak is verzet ingesteld door verzoekers, en zij vroegen de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met het verzet op 3 augustus 2023 behandeld.

De rechtbank heeft inmiddels in een andere uitspraak op hetzelfde moment het verzet behandeld en beslist, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek af en bepaalt dat verzoekers geen proceskostenvergoeding ontvangen. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het verzet reeds is behandeld en beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummers: NL23.21214 en NL23.21215

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[verzoeker] en [verzoekster] , verzoekers

V-nummers: [nummer] en [nummer]
(gemachtigde: mr. J.J. de Vries),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris

(gemachtigde: mr. A.A. Wildeboer).

Inleiding

1. In het besluit van 22 mei 2023 heeft de staatssecretaris de asielaanvragen van verzoekers niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
1.1.
Verzoekers hebben hiertegen beroep ingesteld.
1.2.
Deze rechtbank en zittingsplaats heeft het beroep in de uitspraak van 18 juli 2023 kennelijk ongegrond verklaard met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
1.3.
Verzoekers hebben tegen deze uitspraak verzet ingesteld en de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening verzocht.
1.4.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met het verzet, op 3 augustus 2023 op zitting behandeld. Aan de zitting hebben deelgenomen: de gemachtigde van verzoekers en de gemachtigde van de staatssecretaris.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. In de uitspraak van vandaag, zaaknummers NL23.15180 V en NL23.15182 V, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het verzet. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.
3. Verzoekers krijgen geen vergoeding van hun proceskosten.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.Y.B. Jansen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M. Lok, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.