Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf als familie- of gezinslid bij haar dochter, welke door de staatssecretaris op 15 maart 2023 is afgewezen. Verzoekster maakte bezwaar en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen gedurende de bezwaarprocedure.
De staatssecretaris heeft bij brief van 17 juli 2023 aangegeven zich niet te verzetten tegen de toewijzing van de voorlopige voorziening en is bereid verzoekster in bezwaar te horen. De voorzieningenrechter overweegt dat de werking van het bestreden besluit niet automatisch wordt geschorst en dat de staatssecretaris niet bevoegd is de uitzetting op te schorten.
Gezien het feit dat partijen het erover eens zijn dat uitzetting op dit moment niet mag plaatsvinden, wijst de voorzieningenrechter het verzoek toe en verbiedt uitzetting tot vier weken na de beslissing op bezwaar. Tevens worden de proceskosten van verzoekster aan de staatssecretaris opgelegd en het griffierecht aan verzoekster terugbetaald.