ECLI:NL:RBDHA:2023:11786
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublin-overdracht aan Spanje
Eiser, een Libanese asielzoeker, diende in juni 2022 een asielaanvraag in Nederland in, die niet in behandeling werd genomen omdat Spanje volgens de Dublinverordening verantwoordelijk was. Na een eerdere afwijzing en bevestiging in hoger beroep, diende eiser in maart 2023 een nieuwe asielaanvraag in die eveneens werd afgewezen op dezelfde grond.
De kern van het geschil betrof de vraag of de overdrachtstermijn van zes maanden aan Spanje was verstreken. Eiser stelde dat deze termijn op 19 februari 2023 was verstreken, terwijl verweerder stelde dat de termijn opnieuw was aangevangen na een uitspraak in hoger beroep en loopt tot 3 september 2023. De rechtbank volgde verweerder en oordeelde dat de voorlopige voorzieningen en het hoger beroep de overdrachtstermijn hebben opgeschort.
Daarnaast voerde eiser aan dat overdracht aan Spanje vanwege zijn medische situatie, waaronder mogelijke PTSS en suïciderisico, onaanvaardbaar zou zijn. Verweerder liet een medisch adviesbureau (BMA) onderzoek doen, dat concludeerde dat overdracht verantwoord is mits medische gegevens en medicatie worden overgedragen. De rechtbank vond het onderzoek en advies zorgvuldig en onvoldoende onderbouwing van eiser om de overdracht te weigeren.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. Eiser kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard omdat de overdrachtstermijn nog niet is verstreken en medische bezwaren onvoldoende zijn onderbouwd.