ECLI:NL:RBDHA:2023:1182
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vrijheidsbeperkende maatregel voor minderjarige en ouder zonder rechtmatig verblijf
Eiser, een Syrische staatsburger, en zijn minderjarige kind hebben beroep ingesteld tegen een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De maatregel houdt in dat eiser zich moet verblijven in een bepaalde locatie in de gemeente Westerwolde. Eiser betoogt dat de besluitvorming onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd is, dat hij nog binnen de vrije termijn van 90 dagen rechtmatig verblijf heeft, en dat het belang van de openbare orde niet is aangetoond.
De rechtbank overweegt dat eiser voldoende gelegenheid heeft gehad om zijn zienswijze te geven en dat hij geen concrete omstandigheden heeft aangevoerd die de rechtmatigheid van de maatregel aantasten. Door het indienen van een asielaanvraag in Nederland heeft eiser zijn rechtmatig verblijf verloren, omdat hij reeds statushouder is in Cyprus en zijn asielaanvraag niet-ontvankelijk werd verklaard. Eiser beschikt niet over een vaste woon- of verblijfsplaats en heeft geen voldoende middelen van bestaan.
De rechtbank acht het belang van de openbare orde voldoende onderbouwd en oordeelt dat de vrijheidsbeperkende maatregel proportioneel is, mede omdat eiser en zijn minderjarige kind verzekerd zijn van opvang en medische voorzieningen. Er is geen sprake van een ontoelaatbare inbreuk op de rechten van het minderjarige kind. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel wordt ongegrond verklaard.