ECLI:NL:RBDHA:2023:11828
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.M.H. van der Poort - Schoenmakers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunningen op grond van ontbreken familie- of gezinsleven
Moeder en dochter, beiden met de Egyptische nationaliteit, vroegen om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als familie- of gezinslid bij respectievelijk dochter en vader. Verweerder wees deze aanvragen af omdat zij niet beschikten over een mvv en er geen sprake was van familie- of gezinsleven zoals bedoeld in artikel 8 EVRM Pro.
De moeder en dochter hebben geen rechtmatig verblijf in Nederland en worden door het besluit niet van elkaar gescheiden. De vader, die de Nederlandse nationaliteit bezit, is sinds 11 februari 2021 vertrokken naar de Verenigde Arabische Emiraten. Hierdoor is geen gezinsleven met hem aanwezig in Nederland.
De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd dat er geen sprake is van beschermenswaardig familie- of gezinsleven of privéleven in Nederland. De beroepen van moeder en dochter zijn ongegrond verklaard. Een proceskostenveroordeling is niet opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de verblijfsvergunningen wegens het ontbreken van familie- of gezinsleven met de vader.