ECLI:NL:RBDHA:2023:11836
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende bewijs onveiligheid in India
Eiser, een Indiase staatsburger, vroeg asiel aan in Nederland op basis van een geldlening die zijn vader in India had afgesloten en de vrees dat schuldeisers hem bij terugkeer zouden mishandelen of vermoorden. De rechtbank oordeelde dat India in het algemeen als een veilig land van herkomst kan worden beschouwd en dat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd dat hij persoonlijk een reëel risico loopt.
De rechtbank stelde vast dat de leningsovereenkomst geen concreet bewijs bevat van dreiging tot mishandeling of moord en dat de schuldeisers tot nu toe alleen herinneringen aan de lening hebben gestuurd zonder geweld of bedreigingen. Bovendien kan eiser bij problemen bescherming zoeken bij Indiase autoriteiten, en zijn beweringen over corruptie en ontoereikende bescherming zijn niet onderbouwd.
Daarom concludeerde de rechtbank dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat India ten aanzien van hem niet als veilig land van herkomst kan worden beschouwd. Het beroep is ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel is ongegrond verklaard.