ECLI:NL:RBDHA:2023:11843
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielprocedure Dublin-verwijzing
Verzoeker, een Oekraïense asielzoeker, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd in Nederland. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Polen volgens de Dublin-verordening verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening op 17 juli 2023 behandeld, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde aanwezig waren, evenals een tolk en de gemachtigde van verweerder.
Gezien de uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL23.17006) die op dezelfde dag is gedaan, achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wees het verzoek af. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is beslist.