Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
[slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een of meerdere
eerstegraads en/of tweedegraads brandwond(en), heeft toegebracht door een pan
met daarin kokend/heet vet en/of kokend/heet water tegen/over het lichaam van
voornoemde [slachtoffer 1] te gooien;
kunnen leiden:
uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 1]
opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen een pan met daarin kokend/heet
vet en/of kokend/heet water van het vuur heeft gepakt en/of (vervolgens) een pan
met daarin kokend/heet vet en/of water tegen/over het lichaam van voornoemde
[slachtoffer 1] heeft gegooid, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is
voltooid;
3.De bewijsbeslissing
Het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1], opgemaakt op 22 december 2021, met bijlagen, voor zover inhoudende, met bijlagen (p. 5 en p. 10-16):
tegen mijn rechter heup aan kwam. Ik voelde direct een hevige pijn. Ik zag namelijk
ook dat het kokende water uit de pan over mijn heup en rechter been heen vloeide.
verbranden was.
A: Wij werd echt tussen moeder en oom doorgewurmd in mijn richting. In mijn beleving werd hij met volle kracht in mijn richting gegooid.
hoorde [verdachte] nog roepen: "Lekker voor je." Op het moment dat ik naar mijn been keek.
Het geschrift, te weten een letselverklaring van GGD Hollands Midden, opgemaakt op 13 januari 2022, voor zover inhoudende:
Het proces-verbaal van verhoor van [getuige], op 1 september 2022 opgemaakt en ondertekend door de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank en de griffier, voor zover inhoudende:
zover ik het mij kan herinneren wel.
De verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 27 juli 2023, voor zover inhoudende:
Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2], opgemaakt op 4 juli 2020, voor zover inhoudende, met bijlagen (p. 5-11):
Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3], opgemaakt op 10 juli 2020, voor zover inhoudende, met bijlagen (p. 13-23):
Het proces-verbaal van verhoor [getuige], opgemaakt op 21 juli 2020, voor zover inhoudende (p. 24-26):
Het proces-verbaal van [getuige], opgemaakt op 21 juli 2020, voor zover inhoudende (p. 26a-26b):
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De vordering van de benadeelde partij/de schadevergoedingsmaatregel
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
300 (DRIEHONDERD) dagen;
groot 98 (ACHTENNEGENTIG) dagen, niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op drie jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
€ 300,- (bestaande uit immateriële schade) en veroordeelt de verdachte om dit bedrag, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 4 juli 2020 tot de dag waarop deze vordering is betaald, te betalen aan [slachtoffer 3];