ECLI:NL:RBDHA:2023:11898
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Terugkeerbesluit en recht op gezinsleven volgens artikel 8 EVRM niet belemmerend
Eiser, van Oezbeekse nationaliteit, kreeg op 28 september 2022 een terugkeerbesluit opgelegd met een vertrektermijn van vier weken vanwege het ontbreken van een geldig visum bij binnenkomst en het plegen van een strafbaar feit.
Eiser stelde dat het recht op gezinsleven volgens artikel 8 EVRM Pro in de weg stond aan het terugkeerbesluit en dat verweerder niet alle relevante feiten had meegewogen. De rechtbank oordeelde dat volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State het terugkeerbesluit niet hoeft te worden getoetst aan artikel 8 EVRM Pro.
Eiser had na het terugkeerbesluit een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning op grond van gezinsleven, maar deze aanvraag en het daarop ingestelde bezwaar deden niets af aan de rechtmatigheid van het terugkeerbesluit. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit blijft in stand.