ECLI:NL:RBDHA:2023:11912

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 augustus 2023
Publicatiedatum
10 augustus 2023
Zaaknummer
NL23.20987
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:119 AwbArt. 8:54 AwbArt. 59b Vw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om herziening uitspraak bewaring vreemdeling

De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek om herziening van een eerdere uitspraak van 1 augustus 2023, waarin het beroep van verzoeker tegen het voortduren van een maatregel van bewaring ongegrond werd verklaard.

Verzoeker stelde dat de uitspraak onjuist was omdat de rechtbank ten onrechte was uitgegaan van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet. Volgens verzoeker kan deze wettelijke grondslag niet langer worden toegepast nadat de asielaanvraag is afgewezen.

De rechtbank oordeelde dat herziening slechts mogelijk is op basis van nieuwe feiten en omstandigheden die vóór de uitspraak plaatsvonden, niet bekend waren en bij bekendheid tot een andere uitspraak zouden hebben geleid. Veronderstelde rechterlijke misslagen of onjuiste rechtsopvattingen vormen geen grond voor herziening.

Omdat verzoeker geen nieuwe feiten aanvoerde die aan deze criteria voldeden, wees de rechtbank het verzoek om herziening af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzoek om herziening van de uitspraak over de voortzetting van de maatregel van bewaring wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.20987

uitspraak op het verzoek van

[naam], verzoeker

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. F.H. Bruggink),
om herziening van de uitspraak van de rechtbank van 1 augustus 2023, in de zaak met zaaknummer NL23.20987.

Procesverloop

Bij uitspraak van 1 augustus 2023 heeft deze rechtbank en zittingsplaats het beroep van verzoeker tegen het voortduren van de maatregel van bewaring ongegrond verklaard.
Op 1 augustus 2023 heeft verzoeker de rechtbank verzocht voornoemde uitspraak te herzien, als bedoeld in artikel 8:119 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Awb uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:119, eerste lid, van de Awb, kan de rechtbank op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten en omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de bestuursrechter bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
2. Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt dat herziening een buitengewoon rechtsmiddel is waarmee een onherroepelijke rechterlijke uitspraak kan worden gecorrigeerd indien blijkt dat deze berust op een onjuiste feitelijke grondslag en ook overigens aan de vereisten van artikel 8:119, eerste lid, van de Awb is voldaan. [1] Alleen aangelegenheden van feitelijke aard kunnen tot herziening leiden. Een vermeende onjuiste rechtsopvatting is geen grond voor herziening, evenmin als veronderstelde rechterlijke misslagen ten aanzien van de gevolgde procedure of de vaststelling van de feiten. [2]
3. Verzoeker heeft op 1 augustus 2023 de rechtbank verzocht de uitspraak van 1 augustus 2023 te herzien. Verzoeker heeft daaraan ten grondslag gelegd dat deze uitspraak apert onjuist is, omdat de rechtbank daarin ten onrechte is uitgegaan van de grondslag van 59b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw. Ook heeft verzoeker erop gewezen dat volgens vaste jurisprudentie artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw vanaf het moment dat de asielaanvraag is afgewezen niet langer aan de maatregel van bewaring ten grondslag kan worden gelegd.
4. De rechtbank ziet geen aanleiding voor herziening van de door verzoeker genoemde uitspraak. Zoals hierboven uiteengezet, zijn veronderstelde rechterlijke misslagen - wat daarvan verder zij - geen grond voor herziening. Er is geen sprake van feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 8:119 van Pro de Awb.
5. Het verzoek om herziening is daarom kennelijk ongegrond. Het verzoek wordt afgewezen.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Bijvoorbeeld de uitspraak van 19 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:177.
2.Uitspraak van 19 december 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY6675.