Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Poolse nationaliteit, werd op 16 juli 2023 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Tegen dit besluit stelde hij beroep in, dat tevens als verzoek om schadevergoeding werd aangemerkt. Verweerder hief de bewaring op op 28 juli 2023 en zette eiser uit naar Polen. De rechtbank behandelde het beroep op 31 juli 2023.
Eiser voerde aan dat onvoldoende gronden bestonden voor de bewaring, onder meer omdat hij zijn verblijf in Nederland rechtmatig achtte en meewerkte aan uitzetting. De rechtbank oordeelde dat eiser zijn verblijf in Nederland niet daadwerkelijk en effectief had beëindigd, waardoor hij ten tijde van de bewaring niet rechtmatig verbleef. De zware gronden voor bewaring waren daarom terecht toegepast.
Daarnaast stelde eiser dat er geen zicht op uitzetting was vanwege openstaande strafzaken en ontbrekende toestemming van het Openbaar Ministerie. De rechtbank stelde vast dat toestemming geacht werd te zijn verleend omdat het OM niet binnen drie dagen reageerde en dat eiser binnen twaalf dagen na oplegging van de maatregel was uitgezet.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring niet onrechtmatig was en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.