Eiseres diende op 4 november 2022 een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familie- of gezinslid in het kader van nareis. Na het uitblijven van een tijdige beslissing stelde zij de staatssecretaris op 23 mei 2023 in gebreke. Vervolgens werd op 4 juli 2023 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris de beslistermijn van 90 dagen, met een verlenging van drie maanden, heeft overschreden. De ingebrekestelling was rechtsgeldig en de wettelijke termijn van twee weken na ontvangst daarvan verstreken. Hierdoor is het beroep kennelijk gegrond.
De rechtbank sluit zich aan bij eerdere jurisprudentie dat bij overschrijding van de beslistermijn bij gezinshereniging met een asielvergunning sprake is van een bijzonder geval. Omdat het dossier mogelijk nog niet compleet is en de staatssecretaris een herstelverzuimprocedure voert, bepaalt de rechtbank een termijn van acht weken voor alsnog besluitvorming.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500, waarvan reeds €1.442 is verbeurd. Tevens worden de proceskosten van eiseres vastgesteld op €418,50. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.