Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Liberiaanse nationaliteit, werd op 13 juli 2023 de maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege risico op ontduiking van toezicht. Eiser stelde dat er geen zicht op uitzetting bestond, omdat eerdere contacten met Ghanese en Liberiaanse vertegenwoordiging niet tot resultaat hadden geleid.
De rechtbank behandelde het beroep op 24 en 31 juli 2023, waarbij eiser werd bijgestaan door een gemachtigde en een tolk aanwezig was. Verweerder voerde aan dat eiser was gepresenteerd bij de Gambiaanse vertegenwoordiging, die om nadere informatie had gevraagd, en dat de aanvraag om een laissez passer nog in behandeling was.
De rechtbank oordeelde dat de gronden voor de maatregel van bewaring niet waren bestreden en dat verweerder de uitzetting voldoende voortvarend ter hand had genomen. Er was geen reden om te concluderen dat geen zicht op uitzetting bestond. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen één week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.