ECLI:NL:RBDHA:2023:11966
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor het doel nareis werd afgewezen. De aanvraag betrof verblijf bij haar vader, de referent.
De gemachtigde van eiseres heeft zich in november 2022 uit de zaak teruggetrokken omdat contact met de referent niet meer mogelijk was. Pogingen van de rechtbank om de referent te bereiken mislukten, waarbij brieven retour kwamen en de verblijfplaats onbekend bleef. Ook de staatssecretaris kon geen contactgegevens verstrekken.
De jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State leert dat bij vertrek van een vreemdeling met onbekende bestemming zonder contact te onderhouden, mag worden aangenomen dat geen prijs meer wordt gesteld op de bescherming. Gezien het ontbreken van contact en het terugtrekken van de gemachtigde concludeert de rechtbank dat eiseres geen belang meer heeft bij een inhoudelijke behandeling van het beroep.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en ziet zij geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van belang bij inhoudelijke beoordeling.