Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], eiseres
de minister van Buitenlandse Zaken, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
mr.J.R van Veen, griffier.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een Iraanse vrouw van 60 jaar, heeft een visum voor kort verblijf aangevraagd om haar zoon, schoondochter en kleinkind in Nederland te bezoeken. De aanvraag werd afgewezen omdat zij het doel en de omstandigheden van het voorgenomen verblijf onvoldoende had aangetoond en er redelijke twijfel bestond over haar terugkeer naar Iran.
De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende bewijs had geleverd van sterke sociale en economische bindingen met Iran die haar tijdige terugkeer zouden waarborgen. Ondanks het overleggen van bankverklaringen en een eigendomsakte, was niet duidelijk of zij een substantieel inkomen had of maatschappelijke verplichtingen die haar terugkeer afdwingen.
De rechtbank volgde het standpunt van verweerder dat het doel van het verblijf niet duidelijk was, hoewel erkend werd dat het om een familiebezoek ging. Aangezien één van de zelfstandige weigeringsgronden voldoende was om het visum te weigeren, werd het beroep ongegrond verklaard. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de visumaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van verblijfsdoel en twijfel over terugkeer.