ECLI:NL:RBDHA:2023:12052
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijk gemaakt reëel risico op ernstige schade bij terugkeer naar Algerije
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, diende op 11 maart 2022 een aanvraag tot verblijfsvergunning asiel in. Hij stelde dat hij vanwege huiselijk geweld door zijn vader en problemen met de politie in Algerije een reëel risico op ernstige schade loopt bij terugkeer. De staatssecretaris wees de aanvraag af op grond van artikel 31 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank behandelde het beroep op 27 juni 2023 en oordeelde dat de verklaringen van eiser onvoldoende waren om een reëel risico op ernstige schade aan te nemen. De problemen met zijn vader en de autoriteiten zijn volgens de rechtbank wel geloofwaardig, maar niet aannemelijk dat deze opnieuw zullen optreden. De incidenten dateren van 2016, en eiser is inmiddels 28 jaar oud.
De rechtbank achtte ook de algemene leefomstandigheden en het gebrek aan toekomstperspectief in Algerije niet relevant voor het asielverzoek omdat deze niet aansluiten bij de gronden van het Vluchtelingenverdrag of artikel 3 EVRM Pro. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.