Eiseressen hebben op 19 april 2022 een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. Verweerder heeft niet tijdig op deze aanvraag beslist, ondanks een ingebrekestelling op 28 februari 2023. Eiseressen hebben vervolgens op 4 juli 2023 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn van 90 dagen, met een verlenging van drie maanden door verweerder, is verstreken. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend en geen bijzondere omstandigheden aangevoerd. De rechtbank verklaart het beroep daarom kennelijk gegrond en vernietigt het niet tijdig genomen besluit, dat hiermee gelijkgesteld wordt aan een besluit.
De rechtbank draagt verweerder op binnen acht weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen. Tevens legt zij een dwangsom op van € 100,- per dag dat de beslissing uitblijft, met een maximum van € 7.500,-. De reeds verbeurde dwangsom wordt vastgesteld op € 1.442,-. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van € 418,50 en dient het griffierecht van € 184,- te vergoeden.