Eiseres heeft op 5 december 2022 een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis voor zichzelf en haar minderjarige kinderen. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft niet tijdig op deze aanvraag beslist, ondanks een ingebrekestelling van 12 juni 2023. Eiseres stelde vervolgens beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn van 90 dagen, waarbinnen de Staatssecretaris een besluit moet nemen, is verstreken en dat de termijn rechtsgeldig is verlengd. Omdat het dossier compleet is en geen nader onderzoek meer nodig is, kan de Staatssecretaris een besluit nemen. De rechtbank sluit zich aan bij eerdere jurisprudentie over bijzondere gevallen bij overschrijding van beslistermijnen bij gezinshereniging.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het niet tijdig nemen van een besluit en draagt op binnen vier weken alsnog een besluit te nemen. Tevens legt zij een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500 en stelt de reeds verbeurde dwangsom vast op €1.442. Daarnaast veroordeelt zij de Staatssecretaris in de proceskosten van €418,50.