ECLI:NL:RBDHA:2023:12072
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op bezwaar tegen compensatiebeschikking
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de Belastingdienst/Toeslagen op zijn bezwaar tegen een definitieve compensatiebeschikking. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat verweerder nog geen besluit heeft genomen.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond en legt een dwangsom van € 1.442,- vast, waarbij verweerder wordt opgedragen uiterlijk 1 juli 2024 alsnog een besluit te nemen. Voor elke dag overschrijding na deze datum geldt een dwangsom van € 100,- met een maximum van € 15.000,-.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiser en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed. De rechtbank volgt in haar oordeel de motivering van een eerdere uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland.
De zaak is van licht gewicht omdat het uitsluitend gaat om de vraag of de beslistermijn is overschreden en de dwangsomregeling van toepassing is.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen uiterlijk 1 juli 2024 alsnog een besluit te nemen met een dwangsomregeling bij overschrijding.