ECLI:NL:RBDHA:2023:12091
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Naheffingsaanslag BPM niet te hoog vastgesteld; beroep ongegrond verklaard
Eiser deed aangifte BPM voor een Audi A3 geproduceerd in april 2019, met een eerste toelating in augustus 2019. De auto werd getaxeerd en gekeurd, waarbij een waardevermindering wegens schade werd vastgesteld. De naheffingsaanslag BPM werd hoger vastgesteld dan de oorspronkelijke aangifte.
De rechtbank oordeelde dat de belasting op aangifte moet worden voldaan op basis van de waarde van de auto ten tijde van de aangifte. Eiser slaagde er niet in aannemelijk te maken dat de auto ten tijde van de aangifte meer schade had dan vastgesteld. Ook het beroep op een hogere historische nieuwprijs en de overgang van NEDC naar WLTP-methode faalde.
De rechtbank concludeerde dat de naheffingsaanslag correct was vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond. Hoewel de redelijke termijn voor bezwaar en beroep met twee maanden werd overschreden, wees de rechtbank het verzoek om immateriële schadevergoeding af omdat eiser afstand had gedaan van dit recht.
De uitspraak werd gedaan door rechter E. Kouwenhoven en griffier T. Blauw op 19 juli 2023. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag BPM is ongegrond verklaard en het verzoek om immateriële schadevergoeding is afgewezen.