Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het niet toewijzen van een opleidingsplaats aan de Leergang Algemeen Opsporingsambtenaar (LAO) en tegen het scoringsformulier waarop zijn beoordeling was gebaseerd. Verweerder verklaarde het bezwaar tegen het scoringsformulier niet-ontvankelijk omdat dit formulier geen besluit in de zin van de Awb is. Daarnaast werden de primaire besluiten waarbij aan collega’s van eiser wel opleidingsplaatsen werden toegekend, gehandhaafd.
De rechtbank oordeelt dat het scoringsformulier geen zelfstandig besluit is, maar een onderdeel van het selectieproces zonder rechtstreeks rechtsgevolg. Het bezwaar tegen het formulier is daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard. Verder is de rechtbank van oordeel dat de selectieprocedure zorgvuldig en voldoende gemotiveerd is uitgevoerd. De rangschikking en score van eiser zijn op transparante wijze tot stand gekomen en er is geen sprake van willekeur of motiveringsgebrek.
Hoewel eiser inmiddels alsnog is geplaatst, heeft hij procesbelang bij een inhoudelijke beoordeling omdat een eerdere toelating tot een eerdere bevordering had kunnen leiden. Desondanks verklaart de rechtbank de beroepen ongegrond en wijst zij de vorderingen af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.