ECLI:NL:RBDHA:2023:12125
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf
Eiseres heeft op 13 september 2022 een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft niet binnen de wettelijke termijn van zes maanden beslist, waardoor eiseres op 16 maart 2023 een ingebrekestelling stuurde. Na het verstrijken van twee weken zonder besluit stelde eiseres op 4 april 2023 beroep in tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank constateert dat de beslistermijn is overschreden en dat de ingebrekestelling rechtsgeldig was. Verweerder erkent de overschrijding en de verbeurde maximale bestuurlijke dwangsom van €1.442,-. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank legt een nieuwe beslistermijn van 16 weken op, rekening houdend met de complexiteit en achterstanden bij nareisaanvragen. Tevens wordt een dwangsom van €100,- per dag opgelegd bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €7.500,-. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiseres ad €418,50.
De uitspraak is gedaan door rechter T.A. Oudenaarden en openbaar gemaakt op 14 augustus 2023.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen 16 weken alsnog te beslissen met een dwangsom bij overschrijding.