Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam verzoekster] , verzoekster
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoekster heeft op 16 maart 2023 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag van 16 september 2021. Op 22 mei 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de asielaanvraag alsnog ingewilligd. Vervolgens heeft verzoekster het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de gemaakte proceskosten.
De rechtbank heeft op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak gedaan. Gezien het feit dat verweerder niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist en alsnog tegemoet is gekomen aan het beroep, is het verzoek tot proceskostenvergoeding kennelijk gegrond.
De rechtbank heeft de proceskosten vastgesteld op €418,50, gebaseerd op een puntensysteem uit het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) met een wegingsfactor 'licht', aangezien het beroep alleen betrekking had op het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van dit bedrag aan verzoekster.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van €418,50 aan proceskosten aan verzoekster.