ECLI:NL:RBDHA:2023:12152
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag tot verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. De aanvraag was op 21 april 2022 ontvangen, waarna de staatssecretaris de beslistermijn met drie maanden verlengde, waardoor uiterlijk 20 oktober 2022 een besluit genomen had moeten worden. Na ontvangst van een ingebrekestelling op 12 januari 2023 en het verstrijken van twee weken, diende eiseres op 14 maart 2023 tijdig beroep in.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en dat sprake is van een bijzonder geval waarbij een langere beslistermijn dan de standaard twee weken passend is. Gelet op het dossier heeft de staatssecretaris de ontvangst bevestigd, maar nog geen inhoudelijke beoordeling gedaan. Daarom legt de rechtbank een termijn van twintig weken na verzending van deze uitspraak op waarbinnen alsnog een besluit moet worden genomen.
Daarnaast wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd met een maximum van €7.500 voor elke dag overschrijding van deze termijn. De staatssecretaris wordt tevens veroordeeld in de proceskosten van eiseres, vastgesteld op €418,50, en moet het griffierecht vergoeden. Hiermee wordt het niet tijdig beslissen vernietigd en wordt verweerder opgedragen alsnog binnen de gestelde termijn te beslissen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de staatssecretaris wordt opgedragen binnen twintig weken alsnog te beslissen, met een dwangsom bij overschrijding.