ECLI:NL:RBDHA:2023:12183

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 augustus 2023
Publicatiedatum
15 augustus 2023
Zaaknummer
AWB 23/8530 en NL23.22087
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10 Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005Art. 11 Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005Art. 56 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroepen tegen plaatsing in HTL en vrijheidsbeperkende maatregel niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang

Eiser heeft beroep ingesteld tegen twee besluiten: het plaatsingsbesluit in een Handhaving- en Toezichtlocatie (HTL) te Hoogeveen en de vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De rechtbank heeft vastgesteld dat eiser direct na aankomst in de HTL heeft aangegeven deze direct te willen verlaten en geweigerd heeft de consequentiesverklaring te ondertekenen. Vervolgens is eiser met onbekende bestemming vertrokken en heeft geen contact meer gezocht met zijn gemachtigde of de rechtbank.

De rechtbank heeft eiser en zijn gemachtigde uitgenodigd om de verblijfsplaats van eiser te melden en contact op te nemen over de procedure, maar hierop is geen reactie ontvangen. Tijdens de zitting zijn eiser en zijn gemachtigde niet verschenen, ondanks voorafgaande kennisgeving.

Gezien het ontbreken van enig contact en het feit dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op een inhoudelijke beoordeling van zijn beroepen, concludeert de rechtbank dat eiser geen rechtens te beschermen belang heeft bij de behandeling van de beroepen. Daarom verklaart de rechtbank de beroepen niet-ontvankelijk en komt zij niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van de bestreden besluiten. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een rechtens te beschermen belang.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummers: AWB 23/8530 en NL23.22087

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 augustus 2023 in de zaak tussen

[naam] , eiser,

geboren op [geboortedatum] ,
van Algerijnse nationaliteit,
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. M. Rasul),
en

het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa), verweerder 1

alsmede

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder 2,

(gemachtigde: mr. K.J. Diender).

Procesverloop

Bij besluit van 7 juli 2023 (het bestreden besluit 1) heeft verweerder 1 besloten om eiser op grond van artikel 10, eerste lid aanhef en onder h en i, en artikel 11, eerste lid, van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 te plaatsen in een Handhaving- en Toezichtlocatie (HTL) te Hoogeveen (hierna: het plaatsingsbesluit).
Bij besluit van eveneens 7 juli 2023 (het bestreden besluit 2) heeft verweerder 2 aan eiser de maatregel van beperking van de vrijheid opgelegd, zoals bedoeld in artikel 56, eerste lid, van de Vreemdelingenwet (Vw) 2000 (hierna: de vrijheidsbeperkende maatregel).
Eiser heeft tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld en gronden ingediend. Het beroep tegen bestreden besluit 1 staat geregistreerd onder het zaaknummer AWB 23/8530. Het beroep tegen bestreden besluit 2 staat geregistreerd onder het zaaknummer NL23.22087.
Verweerder 1 heeft een verweerschrift ingediend.
Verweerder 2 heeft op 12 juli 2023 de vrijheidsbeperkende maatregel opgeheven, omdat eiser vrijwillig heeft afgezien van COa-opvang.
De rechtbank heeft de beroepen op 11 augustus 2023 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn met voorafgaande kennisgeving niet verschenen. Verweerders hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten.

Overwegingen

1. De rechtbank ziet zich ambtshalve voor de vraag gesteld of eiser belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep. Daartoe oordeelt de rechtbank als volgt.
2. Blijkens het op 7 augustus 2023 gedateerde verweerschrift heeft eiser op 7 juli 2023 direct na aankomst aangegeven dat hij de HTL direct wenst te verlaten en heeft hij daarbij geweigerd om de consequentiesverklaring te ondertekenen. Vervolgens is hij met onbekende bestemming vertrokken. De rechtbank stelt vast dat eisers gemachtigde deze gang van zaken niet heeft betwist.
3. Bij bericht van 10 augustus 2023 heeft de rechtbank de gemachtigde van eiser verzocht om aan te geven of hij bekend is met de verblijfsplaats van eiser en of hij met hem contact heeft over de verdere voortgang van de procedure. De rechtbank stelt vast dat hierop geen reactie is ontvangen. Verweerder heeft ter zitting desgevraagd nog gekeken of in zijn computersysteem een verblijfsplaats van eiser bekend is, maar dat was niet het geval. Ook stelt de rechtbank vast dat eiser en zijn gemachtigde niet ter zitting zijn verschenen.
4. Het voorgaande leidt de rechtbank tot de conclusie dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op een inhoudelijke beoordeling van het beroep gericht tegen het plaatsingsbesluit alsmede het beroep gericht tegen de vrijheidsbeperkende maatregel en derhalve geen rechtens te beschermen belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling hiervan. De rechtbank verklaart de beroepen derhalve niet-ontvankelijk en komt daarom niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van de bestreden besluiten en de daartegen gerichte beroepsgronden.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, rechter, in aanwezigheid van R. de Boer, griffier en is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
griffier rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Tegen deze uitspraak, voor zover betrekking hebbend op het bestreden besluit 1, kan binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Tegen deze uitspraak, voor zover betrekking hebbend op het bestreden besluit 2, staat geen rechtsmiddel open.