Verweerder stelde bij beschikking van 28 februari 2022 de WOZ-waarde van een woning vast op €803.000 voor het jaar 2022. Eiser maakte bezwaar tegen deze beschikking, waarop verweerder bij uitspraak op bezwaar de waarde verlaagde naar €749.000. Eiser maakte vervolgens opnieuw bezwaar, dat naar de rechtbank werd verwezen.
Tijdens de zitting op 27 juni 2023 bereikten partijen een compromis waarbij de WOZ-waarde werd vastgesteld op €710.000. De rechtbank sloot zich aan bij dit compromis en verklaarde het beroep gegrond. Het bestreden besluit werd vernietigd en de aanslag onroerendezaakbelasting werd verminderd overeenkomstig de nieuwe waarde.
Daarnaast veroordeelde de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiser, vastgesteld op €1.674, en bepaalde dat het betaalde griffierecht van €50 aan eiser wordt vergoed. De uitspraak vervangt de eerdere uitspraak op bezwaar en partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag.