Eisers hebben asielaanvragen ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling zijn genomen. De reden hiervoor is dat Kroatië verantwoordelijk wordt gehouden voor de behandeling van deze aanvragen op grond van de Dublinverordening.
Tegen deze besluiten hebben eisers beroep ingesteld en tevens verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft echter geoordeeld dat een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is, omdat de rechtbank reeds op 7 augustus 2023 uitspraak heeft gedaan in gerelateerde zaken die betrekking hebben op dezelfde problematiek.
Daarom zijn de verzoeken om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.