ECLI:NL:RBDHA:2023:12213
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf bij gezinshereniging
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van gezinshereniging. De aanvraag werd ingediend op 8 augustus 2022, met een beslistermijn van 90 dagen, verlengd tot 6 februari 2023. Verweerder heeft echter nog geen besluit genomen. Eiseres stelde verweerder op 24 februari 2023 rechtsgeldig in gebreke en diende op 13 juni 2023 beroep in, wat tijdig werd geacht.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is en stelt op grond van de Awb een nadere beslistermijn vast van twintig weken na verzending van de uitspraak. Dit is een langere termijn dan de standaard twee weken, vanwege de bijzondere aard van gezinsherenigingsaanvragen bij asielvergunninghouders. Voor elke dag overschrijding van deze termijn wordt een dwangsom van € 100 opgelegd, met een maximum van € 7.500.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder tot betaling van reeds verbeurde bestuurlijke dwangsommen van € 1.442 en in de proceskosten van eiseres van € 418,50. De rechtbank wijst het verzoek om griffierechtvrijstelling definitief toe. De uitspraak is gedaan door rechter E.F. Bethlehem en griffier S.S. van der Velde.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en legt een nadere beslistermijn van twintig weken op met dwangsommen bij overschrijding.