Eiser ontvangt sinds maart 2021 een loongerelateerde WGA-uitkering op grond van de Wet WIA en heeft over de periode maart tot en met augustus 2021 inkomsten uit arbeid genoten. Het UWV stelde vast dat eiser een te hoog voorschot op zijn uitkering had ontvangen en vorderde terugbetaling van het te veel ontvangen bedrag. Na bezwaar wijzigde het UWV het terug te vorderen bedrag in het bestreden besluit 2.
Eiser voerde aan dat het UWV ten onrechte zijn inkomsten uit arbeid in mindering had gebracht, omdat hij financieel niet rond kon komen van zijn uitkering. De rechtbank oordeelde dat eiser dit niet voldoende had onderbouwd als dringende reden om van terugvordering af te zien.
Omdat het tweede bestreden besluit in het voordeel van eiser was gewijzigd, was het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang. Het beroep tegen het tweede besluit werd ongegrond verklaard. De rechtbank bepaalde dat het UWV het betaalde griffierecht aan eiser vergoedt.