ECLI:NL:RBDHA:2023:12248
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening opschorting gemeentelijke opvang Oekraïense verzoekers
Verzoekers, Oekraïense nationaliteit, ontvingen sinds oktober 2022 opvangvoorzieningen op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming. Met het primaire besluit van 23 november 2022 werd vastgesteld dat zij niet in aanmerking komen voor tijdelijke bescherming en dus geen gemeentelijke opvang meer mogen ontvangen. Verzoekers maakten bezwaar en vroegen om een voorlopige voorziening, die eerder werd toegekend tot vier weken na de bezwaarbeslissing.
Na een beslissing op bezwaar van 18 juli 2023 waarin het bezwaar ongegrond werd verklaard, stelden verzoekers beroep in en vroegen opnieuw om een voorlopige voorziening. Zij beriepen zich op spoedeisend belang omdat zij een brief ontvingen dat zij op 16 augustus 2023 de opvang moeten verlaten. De voorzieningenrechter oordeelde dat het belang van verzoekers om in de opvang te blijven zwaarder weegt dan het belang van de staatssecretaris bij handhaving van het besluit.
De voorzieningenrechter schorst daarom de rechtsgevolgen van het bestreden besluit voor zover het gaat om de gemeentelijke opvang totdat op het beroep is beslist. Het verzoek om een O-sticker te verkrijgen werd afgewezen omdat onduidelijk is of verzoekers onder de Richtlijn vallen. Verweerder is veroordeeld tot betaling van proceskosten van €837. De uitspraak is bindend voor de voorlopige fase en er is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: De rechtsgevolgen van het besluit dat verzoekers niet langer in aanmerking komen voor gemeentelijke opvang worden opgeschort totdat op het beroep is beslist.