Uitspraak
Echtscheiding met nevenvoorzieningen
Beschikking op het op 14 juli 2022 ingekomen verzoek van:
[naam 1] ,
[naam 2] ,
Procedure
- het verzoekschrift;
- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoekschrift;
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaten.
Feiten
Verzoek en verweer
€ 13.044, te weten € 6.522,- aan de man;
Beoordeling
a) Chateau te [plaats] , Frankrijk
€ 25 miljoen en een laatprijs van € 20 miljoen. Indien het chateau na zes maanden in de verkoop te hebben gestaan bij [makelaarskantoor 1] nog niet is verkocht, mag de vrouw bepalen of en tot welk bedrag de vraag- en/of laatprijs moet(en) worden aangepast mits de vraag- en de laatprijs niet lager zijn dan € 11 miljoen. De rechtbank zal gelet op de stellingen en voorstellen van partijen over en weer bepalen dat het chateau wordt verkocht op de wijze als vermeld in het dictum.
€ 4.973.249,62. Zij verzoekt daarom om de aandelen in [bedrijf 2] voor deze waarde aan de man toe te delen, onder betaling van de helft van dit bedrag aan de vrouw. Daarnaast heeft de man nog aandelen in [bedrijf 4] en [bedrijf 5] Deze aandelen en aandelen in mogelijke andere B’V.'s dienen eveneens aan de man te worden toegedeeld onder betaling van de helft van de waarde van de aandelen aan de vrouw. Om de waarde te bepalen dient de rechtbank een deskundige te benoemen. De man heeft echter al voldoende mogelijkheid gehad om financiële stukken in het geding te brengen.
i) Schulden
€ 100.244,90 bedraagt de totale schuld € 1.904.653,10. Zowel [bedrijf 3] als de man is hiervoor hoofdelijk aansprakelijk, zodat de man in beginsel draagplichtig is voor de helft van dit bedrag, te weten € 952.326,55. In de akten van geldlening staan geen afspraken vermeld in hoeverre het van [naam 3] geleende geld aan de man dan wel aan [bedrijf 3] ten goede zal komen. Het is de rechtbank niet bekend aan wie van deze medeschuldenaren en in welke mate de tegenwaarde van hun hoofdelijke schulden ten goede is gekomen. De rechtbank kan de onderlinge verhouding tussen de hoofdelijk verbonden medeschuldenaren niet kan worden vastgesteld. Daarom neemt de rechtbank aan dat de financiering beide medeschuldenaren aanging en wel in gelijke mate. Dit betekent dat in de interne verhouding tussen de man en [bedrijf 3] zowel de man als deze B.V. een bijdrageplicht heeft van 50% van € 1.904.653,10 ofwel
Beslissing
het chateau wordt verkocht en geleverd aan een derde op de volgende wijze en onder de volgende voorwaarden:
het industriepand en bijbehorende garages worden verkocht en geleverd aan een derde op de volgende wijze en onder de volgende voorwaarden:
beschikking;
- de sieraden, onder verrekening van de helft van waarde met de man; de vrouw
- de Mini Cooper tegen een waarde van € 13.044,-, onder de verplichting om
beschikking;
bepaalt ten aanzien van de schulden die de man tezamen met [bedrijf 3] is aangegaan bij [naam 3] tot een bedrag van € 1.904.653,10, dat partijen in de onderlinge verhouding ieder voor de helft draagplichtig zijn, derhalve ieder tot een bedrag van
€ 476.163,28; ;
- de door de man in het geding gebrachte stukken;
- de aan de deskundige te stellen vragen en eventueel zelf vragen te formuleren die
ten aanzien van de verdeling van de aandelen, het indienen van stukken en de kosten van de deskundigeaan tot
1 november 2023 pro forma.