ECLI:NL:RBDHA:2023:12263
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielprocedure na afwijzing verblijfsvergunning
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure. Deze aanvraag is door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bij besluit van 5 juni 2023 afgewezen als kennelijk ongegrond.
Tegen dit besluit heeft verzoeker beroep ingesteld en tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend, waarin hij verzocht om in Nederland te mogen verblijven totdat op het beroep is beslist.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening beoordeeld zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak, is de voorlopige voorziening niet meer nodig en wordt het verzoek afgewezen als kennelijk ongegrond.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.