De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling tot machtiging van een minderjarige om opgenomen te worden in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp, gevolgd door plaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor een periode van zes maanden. De minderjarige vertoont ernstige gedragsproblemen zoals druggebruik, drugshandel en thrillseeking, met terugkerende terugval in oude patronen ondanks eerdere plaatsingen en toezicht.
De kinderrechter heeft ter zitting alle betrokkenen gehoord, waaronder de minderjarige zelf, zijn advocaat, de moeder, de vader en vertegenwoordigers van de gecertificeerde instelling. De moeder steunt het verzoek en benadrukt het ontbreken van een passende zorgplek binnen het huidige aanbod. De minderjarige is gemotiveerd om mee te werken aan het traject.
De kinderrechter oordeelt dat er sprake is van ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de minderjarige ernstig belemmeren en dat opname in een gesloten accommodatie noodzakelijk is om te voorkomen dat hij zich aan de benodigde jeugdhulp onttrekt. Tevens is voldaan aan de wettelijke gronden voor aansluitende machtiging tot plaatsing bij een jeugdhulpaanbieder. De trajectmachtiging wordt daarom toegekend voor de periode van 14 augustus 2023 tot 14 augustus 2024.
Het besluit is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 1 augustus 2023 door kinderrechter M.P. Meeuwisse, met schriftelijke vaststelling op 17 augustus 2023. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden via het gerechtshof Den Haag.