ECLI:NL:RBDHA:2023:1230
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afkondiging afkoelingsperiode en afwijzing verzoek artikel 42a Faillissementswet
De besloten vennootschap [bedrijf01] B.V. heeft bij de rechtbank Den Haag een verzoek ingediend tot het afkondigen van een afkoelingsperiode van vier maanden en tot het verkrijgen van een machtiging voor het aangaan van een geldleningsovereenkomst op grond van artikel 42a Faillissementswet. De onderneming verkeert in financiële problemen door tegenvallende resultaten en een negatief eigen vermogen sinds 2021. Het doel is een onderhands akkoord ter herstructurering van de onderneming.
De rechtbank heeft de verzoeken op 17 januari 2023 behandeld en de benodigde stukken opgevraagd en ontvangen. De rechtbank oordeelt dat aan de voorwaarden voor het afkondigen van een afkoelingsperiode is voldaan, omdat het noodzakelijk is om de onderneming voort te zetten en de belangen van schuldeisers worden gediend. De afkoelingsperiode wordt daarom voor vier maanden afgekondigd.
Het verzoek op grond van artikel 42a Faillissementswet wordt afgewezen omdat de gevraagde geldlening niet noodzakelijk is voor de voortzetting van de onderneming tijdens de akkoordvoorbereiding, maar voor de uitvoering van het akkoord. Daarnaast wordt ambtshalve een observator benoemd om toezicht te houden op de belangen van schuldeisers, mede vanwege de betrokkenheid van de financier en de complexiteit van de financiële verhoudingen.
De rechtbank bepaalt dat de kosten van de observator voor rekening van verzoekster komen en wijst alle overige verzoeken af.
Uitkomst: De rechtbank kondigt een afkoelingsperiode van vier maanden af en wijst het verzoek op grond van artikel 42a Faillissementswet af; tevens wordt een observator benoemd.