De rechtbank Den Haag heeft op 11 augustus 2023 het beroep van eiser behandeld tegen het besluit van 26 juli 2023 van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, waarin aan eiser de maatregel van bewaring werd opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Het beroep werd tevens aangemerkt als een verzoek om schadevergoeding.
De staatssecretaris motiveerde de maatregel met het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken en de uitzettingsprocedure zou belemmeren. Eiser heeft deze gronden niet betwist en bracht tijdens de zitting geen nieuwe argumenten aan om de maatregel te weerleggen. De rechtbank heeft ambtshalve getoetst of aan de rechtmatigheidsvoorwaarden was voldaan en concludeerde dat de staatssecretaris voldoende had toegelicht waarom de bewaring na de strafrechtelijke detentie werd opgelegd en dat de uitzettingsprocedure daarna voortvarend werd opgepakt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er was geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.