ECLI:NL:RBDHA:2023:12381
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep na vrijwillig vertrek uit Nederland met IOM
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin zijn asielaanvraag in de verlengde procedure is afgewezen als ongegrond. De rechtbank heeft vastgesteld dat eiser op 11 november 2022 met hulp van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) vrijwillig naar Iran is vertrokken. Eiser heeft daarbij een vertrekverklaring ondertekend waarin hij instemt met de beëindiging van alle lopende verblijfsprocedures in Nederland.
De rechtbank acht aannemelijk dat eiser deze verklaring vrijwillig en met kennis van de inhoud heeft ondertekend. Hierdoor concludeert de rechtbank dat eiser geen aanspraak meer wenst te maken op een verblijfvergunning asiel in Nederland. Dit oordeel wordt ondersteund door vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Gelet op het ontbreken van een actueel procesbelang verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na vrijwillig vertrek met IOM.