ECLI:NL:RBDHA:2023:12384

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 augustus 2023
Publicatiedatum
18 augustus 2023
Zaaknummer
NL23.20804 en NL23.20805
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang bij vertrek vreemdeling

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris heeft het beroep ontvangen nadat verzoeker met onbekende bestemming is vertrokken en geen contact meer onderhoudt met zijn gemachtigde.

De rechtbank heeft op 10 augustus 2023 het beroep behandeld waarbij verzoeker niet is verschenen. De gemachtigde van de staatssecretaris was wel aanwezig. De rechtbank heeft vastgesteld dat verzoeker sinds 1 augustus 2023 niet meer bereikbaar is en geen prijs meer stelt op de gevraagde bescherming.

Op grond van vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak wordt aangenomen dat een vreemdeling die met onbekende bestemming vertrekt geen procesbelang meer heeft. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.20804 en NL23.20805
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. H.J. Janse),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris

(gemachtigde: mr. A.A. Wildeboer).

ProcesverloopBij besluit van 12 juli 2023 (het bestreden besluit) heeft de staatssecretaris de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als kennelijk ongegrond.

Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De rechtbank heeft het beroep, tezamen met de zaak NL23.20804, op 10 augustus 2023 op zitting behandeld. Verzoeker is, met voorafgaand bericht, niet verschenen. De staatssecretaris heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
  • wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Overwegingen

De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of verzoeker nog procesbelang heeft bij zijn beroep en verzoek om een voorlopige voorziening.
Bij brief van 7 augustus 2023 heeft de staatssecretaris de rechtbank meegedeeld dat verzoeker met onbekende bestemming is vertrokken. Daarbij heeft de staatssecretaris een schermafdruk overgelegd van zijn systeem. Hieruit blijkt dat verzoeker met ingang van 1 augustus 2023 door het COa [1] is gemeld als zijnde met onbekende bestemming vertrokken. De gemachtigde van verzoeker heeft bij bericht van 7 augustus 2023 meegedeeld dat hij geen contact meer onderhoudt met verzoeker en medegedeeld dat hij daarom niet ter zitting zal verschijnen.
3. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) [2] volgt dat wanneer een vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken zonder de staatssecretaris te laten weten waar hij verblijft, er in beginsel van uit wordt gegaan dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk verzochte bescherming in Nederland. Dit is alleen anders als de vreemdeling laat weten dat hij contact met zijn gemachtigde onderhoudt en dus nog prijs stelt op deze bescherming.
4. Nu verzoeker op 1 augustus 2023 met onbekende bestemming is vertrokken en sindsdien geen contact meer onderhoudt met zijn gemachtigde, moet ervan uit worden gegaan dat verzoeker geen prijs meer stelt op de door hem verzochte bescherming en op een beoordeling van zijn beroep. De rechtbank is daarom van oordeel dat verzoeker geen procesbelang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het door hem ingestelde beroep tegen het bestreden besluit.
5. Het beroep is niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen. Ook in dat verband bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 10 augustus 2023 door mr. A. Nieuwenhuis, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Dijk, griffier.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.
Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Centraal Orgaan opvang asielzoekers.
2.Uitspraak van de Afdeling van 22 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:579.