Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank heeft partijen geïnformeerd dat een zitting niet nodig was en het onderzoek gesloten zonder zitting.
De kern van het geschil betreft de termijn waarbinnen verweerder een besluit moet nemen. Sinds 27 september 2022 is een besluit van kracht dat de beslistermijn voor asielaanvragen die vóór 1 januari 2023 zijn ingediend, met negen maanden verlengt. De aanvraag van eiser valt onder dit besluit, waardoor de beslistermijn nog niet was verstreken toen eiser de ingebrekestelling indiende.
Omdat de ingebrekestelling prematuur was, is niet voldaan aan de voorwaarden voor het indienen van beroep op grond van het niet tijdig beslissen. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en wijst erop dat eiser binnen vier weken beroep kan instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.