ECLI:NL:RBDHA:2023:12438
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten wegens overschrijding beslistermijn in vreemdelingenzaak
Eiser is op 20 oktober 2022 in beroep gegaan tegen het niet tijdig beslissen door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op zijn aanvraag. Nadat eiser in beroep was gegaan, heeft verweerder op 9 januari 2023 alsnog een beslissing genomen. Hierop heeft eiser zijn beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de gemaakte proceskosten.
Verweerder heeft geen bezwaar gemaakt tegen het verzoek tot vergoeding van proceskosten. De rechtbank overweegt dat omdat verweerder pas na het instellen van het beroep een beslissing heeft genomen, eiser recht heeft op vergoeding van de proceskosten. Omdat eiser een professionele juridische hulpverlener heeft ingeschakeld, wordt een vast bedrag toegekend volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Gezien het feit dat de zaak alleen ging over de overschrijding van de beslistermijn, wordt een lagere vergoeding toegekend met een wegingsfactor van 0,5. De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van €418,50 aan proceskosten aan eiser.
Uitkomst: De Staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van €418,50 aan proceskosten wegens overschrijding van de beslistermijn.