ECLI:NL:RBDHA:2023:12440
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen opleggen beslistermijn van twintig weken in vreemdelingenzaak ongegrond verklaard
In deze bestuursrechtelijke vreemdelingenzaak heeft opposante verzet aangetekend tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank waarin haar beroep kennelijk gegrond werd verklaard en verweerder werd opgedragen binnen twintig weken een besluit te nemen op haar aanvraag.
Opposante betoogde dat eerst nader onderzoek naar de stand van zaken had moeten plaatsvinden voordat een termijn van twintig weken werd opgelegd, en dat deze termijn in strijd zou zijn met de Gezinsherenigingsrichtlijnen. De rechtbank oordeelde dat in verzet slechts kan worden beoordeeld of de vereenvoudigde behandeling zonder zitting terecht is toegepast.
De rechtbank stelde vast dat verweerder de ontvangst van de aanvraag had bevestigd maar nog niet met de behandeling was begonnen. De rechtbank vond dat het opleggen van een termijn van twintig weken passend was, verwijzend naar eerdere jurisprudentie, en verwierp het verzet. De eerdere uitspraak blijft daarmee ongewijzigd en het verzet is ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het verzet tegen de oplegging van een beslistermijn van twintig weken is ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.